4. Uw moeder: Jeanette Janssens

Hoever zal ik teruggaan in het uitpluizen en delen van uw voorgeschiedenis? 
Uw moeder, Jeanette Janssens, mijn overgrootmoeder, mag daarin in ieder geval niet ontbreken. Ik vermoed namelijk dat zij een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de man die u geworden bent. Haar aandeel in uw opvoeding moet groot geweest, alleen al vanwege het gegeven dat uw vader als machinist op de grote vaart vaak en lang afwezig was.

Wat me raakt in haar geschiedenis, is dat uw moeder voor haar huwelijk met uw vader kennelijk bereid was haar geboorteplaats Vlissingen te verruilen voor Amsterdam. Dat moet in die tijd een enorme stap geweest zijn: “Amsterdam, eind negentiende eeuw, was een jungle.” (Jansen, 2010, p. 113)
Was het blinde verliefdheid die haar verleidde haar bruidegom daarnaartoe te volgen? Hadden de liefdesbrieven van Everardus zo’n grote aantrekkingskracht? Of ook drang naar avontuur? Hoe was het voor haar om daar zes kinderen te krijgen, ver weg van haar eigen moeder en vaak zonder de váder van haar kinderen? 
De beelden ‘krachtig’ en ‘moedig’ passen daarbij. Die passen ook bij u.

De vader van uw moeder, Martinus Ludovicus Janssens (1832-1913), was ook al geëmigreerd: van Blankenberge (België), waar hij geboren werd, naar Vlissingen, toen een mooie vestingstad. In die tijd ging de reis van Blankenberge via Antwerpen naar Vlissingen: over land zo’n 200 kilometer. Hemelsbreed veel minder: nog geen 35 kilometer. Vermoedelijk ging die reis dan ook niet over land, maar over zee. 

Martinus werkte als loods in de haven van Vlissingen. Daar is hij in 1861 getrouwd met uw grootmoeder, Johanna Hendrika Klijberg (1836-1933): “beroep: zonder” staat dan in de trouwakte, maar dat was natuurlijk volstrekt bezijden de waarheid. Haar beroep was natuurlijk ‘huisvrouw’, oftewel de uitvoerend manager van het huishouden en producent van kinderen. Dat betekende dat er héél véél werk verricht moest worden in die (en in uw) tijd. Uw grootmoeder baarde maar liefst negen kinderen tussen 1862 en 1881. Uw moeder was haar derde kind. Zij werd geboren op 9 november 1865 en kreeg de doopnamen Johanna Christina Janssens, roepnaam Jeanette.

Zou het uw grootvader geweest zijn die Everardus heeft leren kennen toen hij de S.S. Voorwaarts, het schip van uw vader, de haven van Vlissingen binnenloodste? Heel verrassend vond ik de nieuwjaarsbrief die ik in het archief van uw zoon Evert vond: Jeanette schreef die brief (op 21-jarige leeftijd) aan haar ouders, helemaal in het Frans!

A mes chers Parents! 
O Parents chéris, j’adresse ma prière
Au Seigneur, qui vous aime et vous a protégés
Pour qu’il vous donne encore son appui tutélaire
Et dans votre bonheur, que rien ne soit changé.
Si je suis une enfant, Dieu chérit l’innocence, 
Je veux donc être sage, afin d’être écoutée,
Vous serez satisfaits de mon obéissance,
Et chacun se louera de ma docilité.
C’est promettre beaucoup, me direz-vous sans doute,
Et je suis parfois turbulente;
Mais du devoir aussi, je connais bien la route,
Et je sais être vigilante.
Agréez donc, ô Parents si chers,
Les voeux de mon affection,
Et comme elle est pure et sincère,
Excusez-en l’expression.
Votre fille reconnaissante,
Jeanette, 1 Janvier 1887

Aan mijn dierbare ouders!
O geliefde ouders, ik richt mijn gebed
tot de Heer, die van u houdt en u beschermd heeft
in de hoop dat hij steeds zijn beschermende steun blijft geven
en dat in uw geluk niets verandert.
Een kind ben ik, God koestert de onschuld,
ik wil daarom braaf zijn, om gehoord te worden,
U zal tevreden zijn over mijn gehoorzaamheid,
En ieder zal mijn volgzaamheid prijzen.
Het is veel om te beloven, zal u me zonder twijfel vertellen,
En ik ben soms onstuimig;
Maar van de plichtsgetrouwheid, ken ik de weg goed,
en ik kan toegewijd te zijn.
Aanvaard daarom, o zo dierbare ouders,
De wensen van mijn genegenheid,
en omdat ze puur en oprecht zijn,
vergeef mij dat ik ze uitspreek. 
Uw erkentelijke dochter,
Jeanette, 1 januari 1887

De traditie dat Vlaamse kinderen een nieuwjaarsbrief schrijven aan hun ouders en peetouders ken ik toevallig van een vriendin van mij, die ieder jaar zo’n brief van haar petekind kreeg. Dat deze brief in bijna vlekkeloos Frans geschreven is en (hopelijk) ook begrepen kon worden zegt iets over de opvoeding die uw moeder genoten heeft. Ze kent zichzelf een aantal eigenschappen toe, zoals gehoorzaamheid, volgzaamheid, plichtsgetrouwheid en onstuimigheid. De meeste van die eigenschappen passen bij het beeld dat ik van u heb, behalve misschien volgzaamheid… Deze eigenschappen, zeker de laatste, zijn via u en mijn moeder kennelijk in rechte lijn doorgegeven aan mij (en mijn ‘nestgenoten’).

Bronnen:

  • Jansen, S. (2010). Het pauperparadijs. In S. Jansen, Het pauperparadijs
  • Zeeuws Archief

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *