6. Jeanette en Everardus: scholing

Dat de nieuwsjaarsbrief van uw moeder Jeanette in het Frans èn op rijm geschreven was, intrigeerde mij. Wat voor soort onderwijs zou zij gehad hebben? Het is verleidelijk te denken dat ze op de zogenaamde Franse school onderwijs gezeten heeft: “de moderne tegenhanger van de Latijnse school …Een opleidingsvorm naast die van de Latijnse school, want de elite bleef ver af staan van de burgerij, die van de Franse school gebruik maakte.” (Boekholt & Booy, 1987, p. 121)
Alleen werden de Franse scholen geleidelijk aan vervangen door de MULO (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs) na het in werking treden van de Lager Onderwijswet in 1857: “Zo werd het gemeentelijk MULO… een vervanger van de oude stedelijke Franse school … dat wettelijk tot het lagere en niet tot het in de nabije toekomst te regelen middelbaar onderwijs behoorde.” (Boekholt & Booy, 1987, pp. 151, 178).
De nieuwjaarsbrief lijkt wel het bewijs dat op haar school in ieder geval het onderricht in de Franse taal op behoorlijk niveau stond.

Van de opleiding van uw vader weet ik niet veel meer dan dat het hem in staat had gesteld gloedvolle liefdesbrieven te schrijven. 
Ik heb kunnen vinden dat hij in 1878, toen hij twintig was, gekeurd is voor militaire dienst. Als opleiding wordt M.O. genoteerd: middelbaar (beroeps)onderwijs. Als beroep staat ‘werktuigmaker’, hetzelfde beroep als dat zijn vader in die tijd uitoefende.

Ik moet bekennen, ook al zegt u dit niets, dat ik zelfs ‘Duck.ai’ geraadpleegd heb in de hoop meer te weten te komen over de opleiding tot werktuigmaker rond 1870. ‘Artifical Intelligence’ is een soort hedendaagse waarzegger, die slim van alles combineert en een best aannemelijk antwoord produceert. Alleen wordt de vraag om de bijbehorende concrete bronnen prijs te geven niet naar mijn tevredenheid beantwoord. Het antwoord dat AI gaf zal ik hier dan ook niet vermelden. 

Meer betrouwbare informatie kon ik vinden in het hiervoor aangehaalde boek over de geschiedenis van de school in Nederland. “Middelbare technische scholen, die ook als zodanig aangeduid werden, kwamen er nauwelijks. In Utrecht ontstond in 1850 zo’n ‘middelbare’ technische school. … Maar echt regeringsbeleid was er nog niet; regelingen voor het industriële en het nijverheidsonderwijs bleven uit. Het traditionele patroon bleef: algemeen lager onderwijs voor de massa, daarop aansluitend beroepsgericht onderwijs voor zeer weinigen, maar voor de meesten specifieke scholing op de arbeidsplaats.” (Boekholt & Booy, 1987, p. 131)
Uw grootvader zal zijn scholing inderdaad in de praktijk op de arbeidsplaats gekregen hebben. In de opeenvolgende vermeldingen van zijn beroep in de diverse registers is zijn ontwikkeling zichtbaar: smidsknecht, smid op de Marinewerf, werktuigmaker, ketelmaker en uiteindelijk (varend) machinist.Dat uw vader in 1878 al wel middelbaar onderwijs heeft doorlopen maakte hem tot een soort voorloper van een bredere maatschappelijke ontwikkeling. In 1863 werd de Wet op het Middelbaar Onderwijs ingevoerd. Hiermee “… voltrok zich de definitieve scheiding van het onderwijs voor ambachtslieden en dat voor hogere technici. De pogingen om het onderwijs voor handwerkers te verbeteren mondden uit in de ambachtsschool, waar voor het eerst een volledige beroepsopleiding werd verzorgd. De ambachtsschool, waar overdag gecombineerd en praktisch onderwijs werd gegeven, groeide tegen de verdrukking in. Het belang van de arbeid van kinderen voor het gezinsinkomen, tegenwerking van fabrikanten en het oude onderwijsmodel – alleen gericht op theoretische, wiskundige vorming – vormden belemmeringen, die langzaam uit de weg werden geruimd. Het onderwijs voor de werkende stand kreeg daardoor een geheel eigen dynamiek.” (Lintsen, 1994)

Everardus werd overigens vrijgesteld van militaire dienst, omdat hij – toen – de ‘Eenige Wettige Zoon’ was:  zijn jongere broer, Gerardus, was op zevenjarige leeftijd overleden. Uw vader was toen twaalf. En dat was niet het enige verdriet waarmee hij in zijn jeugd geconfronteerd werd. Hij was acht toen een – naamloos gebleven – zusje doodgeboren werd en veertien toen zijn zusje Johanna Sophia overleed: nog geen jaar oud. Het meest smartelijke was misschien wel het overlijden van zijn zus Anna op 23-jarige leeftijd (21 april 1888). Everardus, inmiddels opgeklommen tot machinist, was net teruggekomen van ‘de oost’ en kon zich hopelijk door uw moeder laten troosten. 

Illustraties:

  • Militieregister 1878 (Bronnen / Archieven, 1878)
  • Militieregister 1878, detail (Bronnen / Archieven, 1878)

Bronnen:

  • Boekholt, P., & Booy, E. d. (1987). Geschiedenis van de school in Nederland. In P. Boekholt, & E. d. Booy, Geschiedenis van de school in Nederland vanaf de middeleeuwen tot aan de huidige tijd. Assen/Maastricht: Van Gorcum.
  • Bronnen / Archieven. (1878, 03 13). Opgeroepen op 11 9, 2025, van Noord-Hollands Archief: https://noord-hollandsarchief.nl/bronnen/archieven?mizig=236&miadt=236&miaet=54&micode=23-54&minr=7611673&miview=ldt
  • Lintsen, H. (. (1994). Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. In H. (. Lintsen, Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. (Vol. Tehcniek, beroep en praktijk, p. 115). Zutphen: Walburg Pers.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *