12. Opschieten

Zo langzamerhand krijg ik het gevoel dat ik een beetje op moet schieten. De schets van uw ouderlijk gezin, van de stad en de tijd waarin u geboren bent is min of meer afgerond (ook al valt daar nog véél méér over te delen). Ik wil graag verder gaan met wat ik over u en uw eigen leven gevonden heb.
Maar dat gebeurt nog niet in deze brief.

Eerst wordt nóg een zusje geboren: Henriëtte Alphonse Maria, roepnaam Jet (ook nu was uw vader afwezig). 
De dag, 9 november 1893, was nog maar net begonnen toen ze werd geboren: om één uur ’s nachts, ook op de Tweede Parkstraat 154, net zoals Fie en Leentje. Dit keer werd haar komst wel begeleid door een vroedvrouw (die het die nacht druk had gehad, want ze deed tegelijkertijd aangifte van een kind dat een paar uur later werd geboren: dat kind had helemaal geen – geregistreerde – vader, maar dat terzijde). (Stadsarchief, sd)

Uw moeder, net 27 jaar, had op dat moment al de zorg voor Martijntje, een kleuter van drieëneenhalf, Fietje, een peuter van twee jaar en baby Leentje, die nog niet eens één jaar was. En daar kwam toen ook nóg de boreling Jet bij! Gelukkig was de 24-jarige Agatha Bootsma, dochter van een schoenmaker uit Franeker, een paar weken voor de geboorte van Jet als dienstbode in komen wonen. 
Hoe kwam een Friese dienstbode in Amsterdam? Ik heb geen advertentie kunnen vinden. Agatha was ook katholiek. Misschien dat iemand in de parochie de jonge moeder had zien worstelen en nog een nichtje in Friesland wist dat werk zocht bij een net gezin in het westen. Net als een soort ‘au pair’, maar dan waarschijnlijk wel ook uit bittere noodzaak voor de dienstbode.

Een half jaar na de geboorte van Jet was in de krant te lezen dat uw vader bevorderd was “tot chef-machinist a/b van het ss. Prins van Oranje” (Het Nieuws van den Dag, 1894). Had uw vader dit aan uw moeder zelf kunnen vertellen, of moest ze het uit de krant vernemen? 
De salarisverhoging die er ongetwijfeld bijhoorde lijkt onmiddellijk tot de volgende verhuizing te leiden. De woonruimte aan de Tweede Parkstraat was vast te klein geworden voor een gezin met vier kinderen en een inwonende dienstbode. Drie weken nadat het bericht van de bevordering in de krant verschenen was, verhuisden ze met zijn allen naar de net vijf jaar oude woning aan de Alexanderkade (hierover schreef ik in de tweede brief). (Stadsarchief, sd)

Behalve dat er geld was voor betere woonruimte, betekende de salarisverhoging ook dat uw vader toetrad tot een elite. Mensen, mannen, die jaarlijks een minimaal bedrag ‘personele belasting’ betaalden, kwamen in aanmerking voor het kiesrecht van de Tweede Kamer (Vries, 1986). 
In 1895 behaalden in Amsterdam 20.693 mannen de census, die toen minimaal ƒ100 (honderd gulden was ongeveer €45) bedroeg. Dat er nog geen Autoriteit Persoonsgegevens bestond, is te zien in de “Lijst van kiezers voor Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal”, die jaarlijks gepubliceerd werd, waarin naam, adres, geboortedatum , geboorteplaats én de hoogte van de aanslag “over het laatst verlopen dienstjaar” voor iedereen te zien waren. Hieruit blijkt dat uw vader in 1894, het jaar vóór uw geboorte, aangeslagen was “in den 1sten grondslag van de personeele belasting naar eene huurwaarde van: ƒ150”. Op die bladzijde staan bedragen tussen ƒ100 en ƒ2.600. Uw vader was nog geen grootverdiener. (Stadsarchief, sd)

Dienstbode Agatha vertrok een paar maanden na de verhuizing alweer naar Franeker. Ze was een klein jaar bij uw gezin geweest. (Stadsarchief, sd) Misschien had ze heimwee. ‘Eventjes’ op en neer naar Franeker zal niet eenvoudig geweest zijn. 
Uw moeder bleef achter met vier kleine kinderen en in verwachting …van u! 

Illustraties

  • Kiezerslijst Amsterdam 1895 (detail) (Stadsarchief, sd)
  • Bericht bevordering E. Brautigam tot chef-machinist, 6 juli 1894 (Het Nieuws van den Dag, 1894)

Bronnen

  • Het Nieuws van den Dag. (1894, juli 6). Opgehaald van Delpher: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&query=brautigam&cql%5B%5D=%28date+_gte_+%2201-01-1894%22%29&cql%5B%5D=%28date+_lte_+%2231-12-1895%22%29&cql%5B%5D=ppn+any+%28425810038+OR+401028895+OR+045114242+OR+270511814+OR+42581002X+OR+832369624+OR+4247
  • Stadsarchief. (sd). Opgehaald van Archief Amsterdam: https://www.amsterdam.nl/stadsarchief
  • Vries, B. d. (1986). Electoraat & elite. In B. d. Vries, Electoraat & elite; Sociale structuur & sociale mobiliteit in Amsterdam 1850-1895 (p. 135). De Bataafsche Leeuw.

Eén reactie

  1. Lieve Leontien,

    Wat een mooi verhaal weer!
    Lekker hè, dat ‘vlooien’ in kranten en archieven en allerlei boven water te halen waaruit je delen van familie-geschiedenissen te reconstrueren.

    Zelf heb ik net mijn artikel over de familie Koek / Lancee-Koek / Lancee klaar: 90 jaar apothekers in Rotterdam.
    Nu ben ik bezig met de familie Besselink – van Willem – uit de Achterhoek/Gaanderen; natuurlijk komen al die Besselink-en uit de afgelopen eeuwen allemaal van “de erve Groot Besselink” aan de Berkel bij Almen.
    Mijn eigen families (‘Vreeburg’ en ‘Calis’) liggen nog op de plank. Zo’n blog als het jouwe is inspirerend voorbeeld voor publicatie in ‘bits&pieces’, in plaats van een groot samenhangend en alomvattend geheel – dat dan misschien überhaupt niet ‘van de plank’ cq ‘i]uit het toetsenbord’ komt.

    Wat betreft die ‘dienstboden’ / ‘kindermeiden’ / ‘flinke werksters’ (nooit gaat het eens over jongens) uit verre streken: dat heb ik ook al meermalen uit krantenadvertenties cq inschrijvingskaarten van de Burgerlijke stand gevonden. Messen met twee kanten: enerzijds goedkope werkkrachten, anderzijds financiële ontlasting van (vaak kinderrijke) gezinnen op het platteland. En dan nog een derde snijkanten: de steden-in-het Westen moesten toch érgens de menskracht vandaal halen voor hun explosieve groei tussen, zeg, plm 1875 en 1940… 😉

    Benieuwd naar je volgende verhalen! Voor nu: fijne Kerstdagen, en een mooie jaarwisseling

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *