In het zeventiende bericht dat ik aan u schreef, veronderstelde ik dat kinderen aan het einde van de negentiende eeuw op zes-/zevenjarige leeftijd hun Eerste Heilige Communie deden. Dat blijkt toch anders te liggen.
In 1902 staan uw broer Martijn, twaalf jaar, en uw zus Fie, elf jaar, bijgeschreven in het ‘Liber Neo-Communicantium’ van de parochie van de Heilige Bonifacius. [i]


Ik ben er nog niet achter wanneer u voor het eerst ter communie ging. Dat kan namelijk best op een andere leeftijd zijn geweest, want er waren veranderingen op til.
In 1910 verscheen het decreet ‘Quam Singulari Christus Amori’ uit naam van paus Pius X. Daarin valt te lezen dat men in de “eerste tijden” zelfs zuigelingen de “Eucharistische Communie” gaf, om hun toegang tot het “rijk der hemelen” veilig te stellen. Omdat daarmee echter het gevaar was dat de zuigelingen het “geconsacreerd Brood zouden uitwerpen” (!), kregen ze voortaan “het H. Sacrament slechts onder de gedaante van wijn” (!).
In 1215 werd vastgelegd dat “de jaren van onderscheid” bereikt moesten zijn om ter communie te kunnen gaan. Omdat voorafgaand aan de Eerste Heilige Communie ook voor het eerst gebiecht werd, gaat de discussie vooral over de vraag wanneer kinderen “kwaad … bedrijven, namelijk wanneer het dodelijk kan zondigen, dan is het verplicht der Biecht en bijgevolg ook der Communie te onderhouden.”
Alles om de zieltjes te redden.
De daarna ontstane gewoonte om kinderen pas op hun twaalfde, soms zelfs veertien, voor het eerst ter communie te laten gaan, wordt in dit decreet afgekeurd. “De ouderdom van onderscheid, zo voor de Biecht als voor de H. Communie, is die waarop het kind begint te redenen, dit is omtrent de ouderdom van zeven jaar, hetzij er boven, hetzij er ook onder.” De kindertjes moeten natuurlijk wel eerst de catechismus geleerd hebben. Dat moest ik ruim vijftig jaar later ook nog. De pastoors wordt opgedragen jaarlijks “een algemene Communie der Kinderen” aan te kondigen en te houden. De opvoeders moeten er vervolgens voor zorgen dat ze “dikwijls ter H. Tafel naderen”. [ii]
In 1902 is het dus dubbel feest: twee communicantjes. Gaat Martijn in pak en Jet als bruidje in het wit? Dat was kennelijk wel gewoon genoeg om naderhand advertenties te plaatsen waarin deze kleren weer te koop worden aangeboden. Ik vermoed dat bij u thuis de communie-kleren in de kast bleven hangen, tot het volgende kind aan de beurt was.
In het najaar van 1902 gaan zes van de zeven kinderen van het gezin Brautigam naar school: Martijn (12), Fie (11), Leentje (10), Jet (9), u (7) en Marie (6, wordt 7 in het schooljaar 1902-1903).
Dat moet een hoop rust en ruimte hebben gegeven in uw ouderlijk huis aan de Noordstraat, met alleen nog nakomertje Cor thuis, die pas in december 3 wordt. Of Leentje ook echt naar school gaat, weet ik niet. Zou de nefritis haar al ziek maken?
In die tijd waarschuwen onderwijzers en artsen overigens dat de zes lange lesdagen, die het gevolg waren van de leerplichtwet van 1901, voor kinderen konden leiden tot “bijziendheid, ruggegraatsverkrommingen en geestelijke overlading”. Onderwijzers vonden dat gemeenten professionals moesten aanstellen om kinderen te beschermen tegen deze gezondheidsrisico’s. Voor het eerst worden daarom in 1907 in Amsterdam twaalf schoolartsen benoemd, dan nog bij wijze van proef.[iii]
De lesdagen zijn niet alleen lang, maar ook een beproeving voor kinderen: ze moeten de hele dag stilzitten en luisteren naar de juf of meester. In de boeken staan weinig illustraties. In de klas hangen wel schoolplaten aan de muren, zoals bijvoorbeeld die van ‘De heide in mei’ van Cornelis Jetses[iv].
Uit die tijd stammen ook de beroemde Plaatjes-Albums van Verkade: boeken met tekst waarvan de plaatjes ontbraken. Die waren verpakt bij beschuit en koek, ter bevordering van de liefde voor de natuur en de spaarzin[v]. Het was natuurlijk ook gewoon een heel slim marketing instrument.
Worden er bij u thuis plaatjes gespaard voor zo’n album?
Illustraties
- Verkade’s Plaatjes-Album; Serie A: Bekende Sprookjes[vi]
- Cornelis Jetses, ‘De heide in mei’ Collectie Noordhoff/Nationaal Onderwijsmuseum [vii]
- Ad S. Communionem admissi sunt. 1902[viii]
[i] Stadsarchief. (sd). Opgeroepen op maart 3, 2026, van Archief Amsterdam: https://archief.amsterdam/
[ii] Ferrata, D., & Giustini, P. (1910, augustus 8). Quam singularis Christus Amore. Opgehaald van rkdocumenten.nl: https://rkdocumenten.nl/toondocument/833-quam-singularis-christus-amore-nl/?systeemnum=833-11
[iii] Rijnen, A. (2007, januari 28). 100 Jaar schoolartsen in Amsterdam. Opgehaald van Ons Amsterdam: https://onsamsterdam.nl/artikelen/100-jaar-schoolartsen-in-amsterdam
[iv] Bakker, N., Noordman, J., & Rietveld-van Wingerden, M. (2023). In N. Bakker, J. Noordman, & M. Rietveld-van Wingerden, Vijf eeuwen opvoeding en onderwijs in Nederland; Idee en praktijk sinds de 16e eeuw (3e druk ed.). Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
[v] Verkade’s Plaatjes-Album. (sd). Opgeroepen op maart 26, 2026, van boek2.nl: https://boek2.nl/bijzondere-boeken/238962-verkade-s-plaatjes-album-serie-a-bekende-sprookjes-sprookjesalbum-no-1-zeldzaam.html
[vi] Verkade Plaatjesalbum 1903. (sd). Opgeroepen op maart 26, 2026, van De wereld van Kant: https://dewereldvankant.nl/products/verkade-plaatjesalbum-1-serie-a-x-1903-compleet
[vii] Jetses, C. (sd). Schoolplaat De heide in mei. Opgeroepen op maart 26, 2026, van Onderwijsmuseum: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&query=%28%E2%80%9CEerste+Heilige+Communie%22%29&cql%5B%5D=%28date+_gte_+%2201-01-1902%22%29&cql%5B%5D=%28date+_lte_+%2231-12-1902%22%29&facets%5Btype%5D%5B%5D=advertentie&facets%5Btype%5D%5B%5D=artikel&redir
[viii] Stadsarchief. (sd). Opgeroepen op maart 3, 2026, van Archief Amsterdam: https://archief.amsterdam/