22. De Eerste Heilige Communie en school (1902)

In het zeventiende bericht dat ik aan u schreef, veronderstelde ik dat kinderen aan het einde van de negentiende eeuw op zes-/zevenjarige leeftijd hun Eerste Heilige Communie deden. Dat blijkt toch anders te liggen.
In 1902 staan uw broer Martijn, twaalf jaar, en uw zus Fie, elf jaar, bijgeschreven in het ‘Liber Neo-Communicantium’ van de parochie van de Heilige Bonifacius.
Ik ben er nog niet achter wanneer u voor het eerst ter communie ging. Dat kan namelijk best op een andere leeftijd zijn geweest, want er waren veranderingen op til.
In 1910 verscheen het decreet ‘Quam Singulari Christus Amori’ uit naam van paus Pius X.
21. Verkiezingen (1901)

Waar gaan de gesprekken over aan de eettafel van het gezin Brautigam in 1901?
Over de oprichting door de Zionistische Wereldorganisatie van het Joods Nationaal Fonds met als doel land aan te kopen voor de vestiging van Joden in Palestina? Heeft iemand het over de Palestijnen die daar al eeuwenlang wonen?
Het huwelijk van de in Amsterdam gekroonde koningin Wilhelmina met prins Hendrik zal vast genoemd zijn.
Geschokt zullen uw ouders gereageerd hebben op het overlijden van president McKinley van de Verenigde Staten na een moordaanslag door een anarchist. Zijn vice-president, Theodore Roosevelt, volgt hem op.
Hoe bijzonder het is dat de chemicus Jacobus van ’t Hoff een Nobelprijs krijgt, bij de eerste keer dat de ze uitgereikt worden, zal misschien niet direct doorgedrongen zijn tot uw huis. (1901, sd)
Misschien mocht er trouwens niet eens gesproken worden aan tafel.
20. Het eerste jaar van de twintigste eeuw (1900)

n het ‘fin-de-siècle’ wordt in diverse kranten uitgebreid gediscussieerd over de vraag of de nieuwe eeuw in 1900 of in 1901 begint. Daarbij worden ook de nodige wiskundige berekeningen getoond. Er wordt ook al voorspeld dat dezelfde discussie weer op zal laaien bij de overgang van de twintigste naar de eenentwintigste eeuw: die voorspelling is uitgekomen …
Volgens mij is het toch meer een taalkundig dan een wiskundig vraagstuk. Het pasgeboren kind, waar tenslotte onze jaartelling begint, is direct bij zijn geboorte in het jaar 0 aan zijn eerste levensjaar én aan de eerste eeuw begonnen. Zo begint de twintigste eeuw ook in het jaar 0: 1900.
Geen speld tussen te krijgen, toch?
19. Lang zal hij leven (1899)

Op 18 maart 1899 bent u vier jaar geworden.
Het is niet waarschijnlijk dat aan uw verjaardag veel aandacht besteed is. De huidige traditie is namelijk pas in het begin van de twintigste eeuw ontstaan, toen leerkrachten de jarige leerling op school in het zonnetje gingen zetten. Dat doen ze nog steeds: met een speciaal daarvoor gemaakte kroon mag het feestvarkentje lunop een tafel staan en wordt het toegezongen door de klasgenoten.
Ons nationale verjaardagslied, ‘Lang zal ze leven’, bestond in 1899 niet eens, dat wil zeggen: niet in Nederland, maar wel in Zweden. Al in de achttiende eeuw werd de huidige melodie gecomponeerd
18. Verhuizing en kroning (1898)

U bent nog net geen drie jaar als op 15 januari 1898 de volgende verhuizing zich aandient: uw gezin verhuist van de Alexanderkade naar een ‘vrij’ bovenhuis aan de Noordstraat 17 (later Oeterwalerstraat 26) in het nagelnieuwe Muiderpoortkwartier aan de oostelijke rand van het toenmalige Amsterdam. Deze nieuwbouwwijk ligt in het westelijke deel van de […]
17. Opvoeding (1897/1898)

Mijn vader typeerde de opvoeding van zijn zes kinderen als ‘gezonde verwaarlozing’. Veel opgevoed werd er inderdaad niet: de jongens nog minder dan de meisjes (deze verklaring is geheel en al voor mijn rekening). Mijn moeder heeft mij proberen in te prenten dat ik ‘ladylike’ moest zijn (dat is niet gelukt). Mijn man en ik hebben onze dochters meer aandacht proberen te geven dan ik zelf gehad heb en ze ook serieuzer te nemen (of dat volgens hen serieus genoeg was is de vraag). Mijn kleinkinderen lijken nog meer aandacht en begeleiding te krijgen. Er is weinig dat aan het oog van hun ouders ontsnapt.
Zo’n opvoeding kan bij u niet mogelijk geweest zijn: uw vader op zee, terwijl uw moeder en dienstbode Aleida hun handen vol hebben aan het huishoudelijke werk voor het gezin van (in 1896/1897 nog) zes kinderen.
Mijn beeld van de manier waarop kinderen in de negentiende eeuw opgroeien is dat kinderen zich snel aan moeten passen aan de regels van het gezin, desnoods met een pedagogische draai om de oren.
16. Naar de lagere school?

Buiten regent het pijpenstelen. Binnen moeten u en de andere vijf kinderen zich vermaken in de beperkte ruimte van het souterrain en de bel-étage van Alexanderkade 16, terwijl uw moeder en dienstbode Aleida zich door de immer aangroeiende rijstebrijberg van huishoudelijk werk heen proberen te eten. Dat lijkt mij de hel. Veel aandacht voor de kinderen zal er niet kunnen zijn. Worden er spelletjes gedaan? Misschien af en toe, met uw vader, als hij wekenlang thuis is tussen twee reizen naar Nederlands-Indië door.
Kinderdagverblijven en kleuterscholen bestaan nog niet en de ‘matressenschooltjes’ (van ‘maitresse’: ‘juf’) passen niet meer in het eind negentiende eeuwse denken over de opvoeding van kinderen: “Voor de geestelijke ontwikkeling van de kleinen waren ze nutteloos (de onderwijzeres was incapabel), voor het lichaam funest (zolders en kelders, met zeer onhygiënische toestanden en de snoeptafel als lokkertje).”
Een van de zestien stadsdokters, Samuel Coronel, heeft deze misstanden blootgelegd. (Boekholt & Booy, 1987, p. 175) Hij noemt ze “holen van menschenverdierlijking”. (Baar, sd)
Ik kan me niet voorstellen dat uw ouders hun kinderen daarnaartoe stuurden, hoe gek, met name uw moeder, soms ook geworden moet zijn van alle drukte in huis.
15. 1896

Terwijl u gaat kruipen, zich optrekt aan de eettafel en uw eerste stapjes zet aan de Alexanderkade gaan de technologische en sociologische ontwikkelingen van de negentiende eeuw een eindspurt in.
De gebroeders Lumière ontwikkelden in 1895 de cinematograaf: een camera waarmee voor het eerst in de geschiedenis bewegende beelden opgenomen en weer afgespeeld konden worden. In het begin van 1896 tonen ze een filmpje van een aankomende trein aan het onwetende publiek. Naar verluidt lopen sommige mensen uit het publiek in paniek weg, omdat de trein min of meer recht op hen af lijkt te komen. (Gebroeders Lumière, sd).
Als u nu eens naar de bioscoop zou kunnen gaan en daar bijvoorbeeld de film ‘Amsterdamned II’ zou gaan zien, dan zou het me niet verbazen als u dan net zo hard de bioscoop uit zou rennen: zo levensecht en griezelig kunnen films nu zijn. Het ‘surround sound’ draagt daar zeker aan bij. Uw ouders hebben, als ze heel erg bij de tijd waren, misschien net voor het eerst het blikkerige, maar destijds niet minder opwindende geluid, van de fonograaf gehoord.
14. Brieven en zo

De dertien brieven die ik inmiddels aan u geschreven heb teruglezend, realiseer ik me dat ik niet uitgelegd heb, waarom ik voor deze vorm gekozen heb.
Het idee kwam niet van mijzelf, maar van Edmund de Waal, de schrijver van het prachtige boek ‘The Hare with Amber Eyes’. Een minder bekend, maar even fascinerend boek van hem is ‘Letters to Camondo’. Beide boeken reconstrueren de persoonlijke geschiedenis van mensen aan de hand van voorwerpen en in ‘Letters to Camondo’ doet hij dat in briefvorm. Door het schrijven van die brieven aan graaf Moïse de Camondo over wat De Waal ziet in diens huis (nu een museum), zijn kunstverzameling en de nagelaten minutieuze archieven ontstaat een virtueel beeld van deze graaf, dat steeds minder doorschijnend en gekunsteld wordt. Het wordt een mens van vlees en bloed. Het afscheid van hem, aan het einde van het boek, had ik aan kunnen zien komen, maar kwam toch ongenadig hard binnen.
Deze vorm van eerbetoon vond ik passend voor u, mijn grootvader.
13. Gelukkig nieuwjaar!

Uw moeder moest het ook bij de jaarwisseling van 1894 naar 1895 zonder uw vader stellen: op 28 december 1894 passeerde de Prins van Oranje (met haar chef-machinist) de Cabo Carvoeira, in het zuidwesten van Portugal, op weg van Amsterdam naar Batavia (het huidige Jakarta). (Het Vaderland, 1895)
Uw geboortejaar werd in Nederland niet met siervuurwerk ingeluid: dat was hier toen nog verboden (en is dit wat mij betreft vanaf 2026 weer :-). Het was dankzij de Chinezen die niet alleen het Chinese nieuwjaar met vuurwerk vierden, maar ook het ‘Europeesche Nieuwjaar’, dat de Nederlandse kolonialen in Nederlands-Indië kennis maakten met de traditie van vuurpijlen en Bengaals vuur. Die deden daar, naar verluidt, zelf ook enthousiast aan mee. In Amsterdam werden bij de start van 1895 alleen nog rotjes en voetzoekers afgestoken.