11. Leentje

Het had zomaar kunnen gebeuren dat ik uw zusje Magdalena Johanna Maria Brautigam overgeslagen had. Wat zou haar roepnaam geweest zijn? Magda? Leentje? Laten we haar Leentje noemen.
Ik was eigenlijk een annonce van de geboorte van Jet (1893) aan het zoeken, die, zo dacht ik, de volgende in de rij van Brautigamkinderen was, toen ik opeens bij de familieberichten van de Burgerlijke Stand van Amsterdam tussen alle bevallen vrouwen het volgende zag staan: “J.C. Brautigam-Janssens, d” (Algemeen Handelsblad, 1892): een jaar te vroeg!
En dus blijkt opeens dat uw ouders niet zes, maar zeven kinderen kregen.

10. Dagelijks leven (1885-1891)

Het blijft me verbazen hoe opwindend en vernieuwend het einde van de 19e eeuw was. Er gebeurde zo ontzettend veel dat steeds invloed heeft op de tijd waarin ik leef. Over de infrastructurele veranderingen heb ik al het een en ander geschreven, maar ook cultureel was het een zeer vruchtbare tijd. 

Het Rijksmuseum werd in 1885 geopend. Gingen uw ouders daar kijken naar schilderijen waarvan de verf nog maar net opgedroogd was, zoals van Jan Toorop, Henri de Toulouse-Lautrec, Paul Gaugain, Vincent van Gogh en Edvard Munch?
Ook het nu Koninklijke Concertgebouw was nog maar net afgebouwd: in 1888. Onder leiding van Willem Mengelberg of Bruno Walter klonk daar ‘moderne’ muziek, zoals het eerste pianoconcert van Sergei Rachmaninov, de balletsuite ‘De Notenkraker’van Pjotr Iljitsj Tsjaikovsky en Antonín Dvoraks symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’: allemaal rond 1890 gecomponeerd en nu behorend tot geliefde en vaak uitgevoerde klassieken.
Het was de tijd dat ‘Eline Vere’, het debuut van Louis Couperus, als feuilleton verscheen in de krant ‘Het Vaderland’. Toen hij zijn heldin liet sterven, werd op straat en in de tram geschokt over haar gepraat alsof ze echt geleefd had.