14. Brieven en zo

De dertien brieven die ik inmiddels aan u geschreven heb teruglezend, realiseer ik me dat ik niet uitgelegd heb, waarom ik voor deze vorm gekozen heb.
Het idee kwam niet van mijzelf, maar van Edmund de Waal, de schrijver van het prachtige boek ‘The Hare with Amber Eyes’. Een minder bekend, maar even fascinerend boek van hem is ‘Letters to Camondo’. Beide boeken reconstrueren de persoonlijke geschiedenis van mensen aan de hand van voorwerpen en in ‘Letters to Camondo’ doet hij dat in briefvorm. Door het schrijven van die brieven aan graaf Moïse de Camondo over wat De Waal ziet in diens huis (nu een museum), zijn kunstverzameling en de nagelaten minutieuze archieven ontstaat een virtueel beeld van deze graaf, dat steeds minder doorschijnend en gekunsteld wordt. Het wordt een mens van vlees en bloed. Het afscheid van hem, aan het einde van het boek, had ik aan kunnen zien komen, maar kwam toch ongenadig hard binnen.
Deze vorm van eerbetoon vond ik passend voor u, mijn grootvader.
12. Opschieten

Zo langzamerhand krijg ik het gevoel dat ik een beetje op moet schieten. De schets van uw ouderlijk gezin, van de stad en de tijd waarin u geboren bent is min of meer afgerond (ook al valt daar nog véél méér over te delen). Ik wil graag verder gaan met wat ik over u en uw eigen leven gevonden heb. Maar dat gebeurt nog niet in deze brief.
Eerst wordt nóg een zusje geboren: Henriëtte Alphonse Maria, roepnaam Jet.
De dag, 9 november 1893, was nog maar net begonnen toen ze werd geboren: om één uur ’s nachts, ook op de Tweede Parkstraat 154, net zoals Fie en Leentje. Dit keer werd haar komst wel begeleid door een vroedvrouw (die het die nacht druk had gehad, want ze deed tegelijkertijd aangifte van een kind dat een paar uur later werd geboren: dat kind had helemaal geen – geregistreerde – vader, maar dat terzijde).