17. Opvoeding (1897/1898)

Mijn vader typeerde de opvoeding van zijn zes kinderen als ‘gezonde verwaarlozing’. Veel opgevoed werd er inderdaad niet: de jongens nog minder dan de meisjes (deze verklaring is geheel en al voor mijn rekening). Mijn moeder heeft mij proberen in te prenten dat ik ‘ladylike’ moest zijn (dat is niet gelukt). Mijn man en ik hebben onze dochters meer aandacht proberen te geven dan ik zelf gehad heb en ze ook serieuzer te nemen (of dat volgens hen serieus genoeg was is de vraag). Mijn kleinkinderen lijken nog meer aandacht en begeleiding te krijgen. Er is weinig dat aan het oog van hun ouders ontsnapt. 
Zo’n opvoeding kan bij u niet mogelijk geweest zijn: uw vader op zee, terwijl uw moeder en dienstbode Aleida hun handen vol hebben aan het huishoudelijke werk voor het gezin van (in 1896/1897 nog) zes kinderen.
Mijn beeld van de manier waarop kinderen in de negentiende eeuw opgroeien is dat kinderen zich snel aan moeten passen aan de regels van het gezin, desnoods met een pedagogische draai om de oren.

16. Naar de lagere school? 

Buiten regent het pijpenstelen. Binnen moeten u en de andere vijf kinderen zich vermaken in de beperkte ruimte van het souterrain en de bel-étage van Alexanderkade 16, terwijl uw moeder en dienstbode Aleida zich door de immer aangroeiende rijstebrijberg van huishoudelijk werk heen proberen te eten. Dat lijkt mij de hel. Veel aandacht voor de kinderen zal er niet kunnen zijn. Worden er spelletjes gedaan? Misschien af en toe, met uw vader, als hij wekenlang thuis is tussen twee reizen naar Nederlands-Indië door. 
Kinderdagverblijven en kleuterscholen bestaan nog niet en de ‘matressenschooltjes’ (van ‘maitresse’: ‘juf’) passen niet meer in het eind negentiende eeuwse denken over de opvoeding van kinderen: “Voor de geestelijke ontwikkeling van de kleinen waren ze nutteloos (de onderwijzeres was incapabel), voor het lichaam funest (zolders en kelders, met zeer onhygiënische toestanden en de snoeptafel als lokkertje).” 
Een van de zestien stadsdokters, Samuel Coronel, heeft deze misstanden blootgelegd.  (Boekholt & Booy, 1987, p. 175) Hij noemt ze “holen van menschenverdierlijking”. (Baar, sd)
Ik kan me niet voorstellen dat uw ouders hun kinderen daarnaartoe stuurden, hoe gek, met name uw moeder, soms ook geworden moet zijn van alle drukte in huis.