17. Opvoeding (1897/1898)

Mijn vader typeerde de opvoeding van zijn zes kinderen als ‘gezonde verwaarlozing’. Veel opgevoed werd er inderdaad niet: de jongens nog minder dan de meisjes (deze verklaring is geheel en al voor mijn rekening). Mijn moeder heeft mij proberen in te prenten dat ik ‘ladylike’ moest zijn (dat is niet gelukt). Mijn man en ik hebben onze dochters meer aandacht proberen te geven dan ik zelf gehad heb en ze ook serieuzer te nemen (of dat volgens hen serieus genoeg was is de vraag). Mijn kleinkinderen lijken nog meer aandacht en begeleiding te krijgen. Er is weinig dat aan het oog van hun ouders ontsnapt. 
Zo’n opvoeding kan bij u niet mogelijk geweest zijn: uw vader op zee, terwijl uw moeder en dienstbode Aleida hun handen vol hebben aan het huishoudelijke werk voor het gezin van (in 1896/1897 nog) zes kinderen.
Mijn beeld van de manier waarop kinderen in de negentiende eeuw opgroeien is dat kinderen zich snel aan moeten passen aan de regels van het gezin, desnoods met een pedagogische draai om de oren.