13. Gelukkig nieuwjaar!

Uw moeder moest het ook bij de jaarwisseling van 1894 naar 1895 zonder uw vader stellen: op 28 december 1894 passeerde de Prins van Oranje (met haar chef-machinist) de Cabo Carvoeira, in het zuidwesten van Portugal, op weg van Amsterdam naar Batavia (het huidige Jakarta). (Het Vaderland, 1895)

Uw geboortejaar werd in Nederland niet met siervuurwerk ingeluid: dat was hier toen nog verboden (en is dit wat mij betreft vanaf 2026 weer :-). Het was dankzij de Chinezen die niet alleen het Chinese nieuwjaar met vuurwerk vierden, maar ook het ‘Europeesche Nieuwjaar’, dat de Nederlandse kolonialen in Nederlands-Indië kennis maakten met de traditie van vuurpijlen en Bengaals vuur. Die deden daar, naar verluidt, zelf ook enthousiast aan mee. In Amsterdam werden bij de start van 1895 alleen nog rotjes en voetzoekers afgestoken.

7. Amsterdam!

Uw ouders, jonggehuwd, werden op 23 mei 1889 ingeschreven in Amsterdam.
Het is niet goed voor te stellen hoe het was om daar te gaan wonen in een tijd dat de technische en infrastructurele ontwikkelingen in een ongekende stroomversnelling kwamen. Dit was in belangrijke mate te danken aan visionairs als Johan Rudolph Thorbecke, grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie, en Christaan Pieter van Eeghen, onder meer voortrekker bij de start van sociale woningbouw in Amsterdam, oprichting van wijkverpleging en de aanleg van het Vondelpark. Zij waren ook belangrijke aanjagers voor de aanleg van het Noordzeekanaal en het Centraal Station in Amsterdam.

5. Uw vader: Everardus Brautigam

Uw vader, mijn overgrootvader, Everardus Brautigam werd geboren op 22 januari 1858 in Hellevoetsluis.

De vestingstad Hellevoetsluis was sinds 1830 gegroeid tot ‘voorhaven’ van Rotterdam door het graven van het Kanaal door Voorne. Er waren verschillende marine-instellingen en opleidingsinstituten. Een plek waar uw grootvader, Hendrik Brautigam (1831-1906), zeker emplooi kon vinden. Zijn beroep was achtereenvolgens smidsknecht, smid op de Marinewerf, werktuigmaker, ketelmaker en uiteindelijk (varend) machinist. Zijn zoon en kleinzonen volgden hem in de scheepvaart.

3. 1887: Mijne lieve Jeanette

Uw verkeringstijd was nog niet heel anders dan dat van uw ouders, vermoed ik. Tegenwoordig gaat dat wel héél anders dan in de tijd van uw ouders, Everhardus en Jeanette. De brieven van uw vader uit de begintijd van hun relatie vond ik in het archief van uw oudste zoon, Evert.

Everhardus, 2e machinist aan boord van de S.S. Voorwaarts, schrijft op 31 augustus 1887 een zeer verliefde brief aan “Mijne lieve Jeanette”, uw moeder.
“Daarom lieve Jeanette, troost U met mij, dat eens een einde hier aan zal komen, als wij, ik zeg het nog eens, en ook U het beleven mogen, eens in elkanders armen liefde en droefheid, zonneschijn en warmte belijden mogen, niet waar mijn lieve Engel. Ook ik zou wel ik weet niet hoeveel geven willen, zoo mij het geluk dat door mij met volle verwachting te gemoet