Uw ouders, jonggehuwd, werden op 23 mei 1889 ingeschreven in Amsterdam.
Het is niet goed voor te stellen hoe het was om daar te gaan wonen in een tijd dat de technische en infrastructurele ontwikkelingen in een ongekende stroomversnelling kwamen. Dit was in belangrijke mate te danken aan visionairs als Johan Rudolph Thorbecke, grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie, en Christaan Pieter van Eeghen, onder meer voortrekker bij de start van sociale woningbouw in Amsterdam, oprichting van wijkverpleging en de aanleg van het Vondelpark. Zij waren ook belangrijke aanjagers voor de aanleg van het Noordzeekanaal en het Centraal Station in Amsterdam (Rözer, 2025).
Later werd een straat naar Piet van Eeghen genoemd: de Van Eeghenstraat aan het Vondelpark. Daar ging u, zo’n dertig jaar later, met uw gezin wonen. Dat huis herinner ik me nog goed van de keren dat ik – jaren later – op bezoek ging bij mijn OmaFie, uw vrouw, Sophia Ides. Maar ik dwaal af.
Het Noordzeekanaal (geopend in 1876) had van Amsterdam weer een zeehaven gemaakt. In combinatie met de aanleg van het Centraal Station (geopend in het najaar van 1889), werd Amsterdam opnieuw een handelscentrum, zoals het sinds de 17e eeuw niet meer geweest was. De werkgelegenheid groeide explosief, daarmee ook het inwoneraantal en de daarbijbehorende noodzaak om de stad in hoog tempo uit te breiden: dat gebeurde met hele nieuwe wijken, zoals de Pijp, de Swammerdambuurt, de Dapperbuurt en de Oosterparkbuurt. (Mak, 1995/2005)
Uw ouders gingen niet in zo’n nieuwe wijk wonen, dat wil zeggen, niet meteen. Zoals de eerste bewoners van Amsterdam zich rond 1220 aan de Nieuwendijk vestigden (Rözer, 2025), zo vestigden uw vader en moeder zich zo’n 750 jaar later aan diezelfde Nieuwendijk, op huisnummer 38 (Stadsarchief).
Vooral voor uw moeder, opgegroeid in Vlissingen, moet dit een enorme overgang zijn geweest. “… in 1877, zag de Belgische schrijver Charles de Coster bij zijn avondwandelingetje rond het Damrak en de Kalverstraat niets dan schitterend verlichte winkels, prachtige sieraden, oorijzers, kraakhelder lijfgoed en een menigte aan klanten. …. Stoomboten met groene lichten trokken hun sporen in alle richtingen … Omnibussen, waaraan trossen mensen hingen die er onder het rijden afsprongen, ratelden over het weerkaatsende plaveisel.”… (Mak, 1995/2005, pp. 249-250)
Aan de Nieuwendijk hadden zich “de prachtigste magazijnen van allerlei aard gevestigd … En er ontstond een nieuw begrip: ‘winkelen’, niet te verwarren met het gangbare boodschappen doen. Winkelen was een vorm van stedelijke recreatie. Men maakte een ontspannen wandeling en vergaapte zich aan de etalages vol mooie spullen, vaak zonder iets te kopen. Shoppers gingen naar de Nieuwendijk en Kalverstraat om te zien en gezien te worden.” (Keijer, 2017)
Voor uw vader zal de overgang minder groot geweest zijn: zijn werk als machinist op de ‘groote vaart’ naar het toenmalige Nederlands Oost-Indië (het huidige Indonesië) voor de Stoomvaart-Maatschappij Nederland (SMN) had hem al naar verschillende andere havensteden gebracht, zoals Suez, Soerabaja en Marseille.
De schepen van de SMN voeren vanaf 1869 via het in dat jaar geopende Suezkanaal naar het toenmalige Nederlands Oost-Indië, aanvankelijk vanuit Den Helder. Maar na de opening van het Noordzeekanaal werd de laad- en losplaats verplaatst naar de Oostelijke Handelskade in Amsterdam. (Stoomvaart Maatschappij Nederland, sd), waar ik trouwens, ruim een eeuw later, ook een aantal jaren gewerkt heb.
De verhuizing van de SMN was waarschijnlijk de reden voor uw ouders om in Amsterdam te gaan wonen. Uw vader vertrok in juli, twee maanden na de verhuizing, alweer naar de oost (Stadsarchief), terwijl uw moeder, zwanger van hun eerste kind, alleen achterbleef in “een woelige wereldstad … Vanaf de eerste helft van de jaren tachtig … ook onmiskenbaar het culturele brandpunt van Nederland.” (Boterman & Rooy, 1999)
Was uw moeder iemand die graag etalages ging kijken? Of ging ze liever naar de roofdieren en het nieuwe aquarium in de tuin van het, toen al, Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra? Of naar het Paleis voor Volksvlijt, met “een concertzaal, een galerij voor schilderijen … een brandpunt voor volksvermaak, waar men kwam om te zien en gezien te worden. Bals masqués, oosterse spelen, kermissen, ballonopstijgingen, sinterklaasvieringen voor arme kinderen”. (Mak, 1995/2005, p. 248). Waarschijnlijk was er ook wel schoonfamilie, neven, nichten, ooms, tantes, die zich om uw vrouw bekommerden. Eigenlijk is uw vader, sinds uw betovergrootvader Johannes vanuit Immenhausen rond 1791naar Amsterdam emigreerde, de enige in een lange rij van Brautigammen die zijn gezin níet in Amsterdam vestigde. (Stadsarchief)
Illustraties:
- Isaac Israëls: Hoedenwinkel van Mars op de Nieuwendijk te Amsterdam, (1893). Collectie: Groninger Museum (Keijer, 2017)
- Het Open Havenfront gezien uit oostelijke richting voor de bouw van het Centraal Station (1881). Steendruk (Stadsarchief)
Bronnen:
- Boterman, F., & Rooy, P. d. (1999). Op de grens van twee culturen; Nederland en Duitsland in het Fin de Siècle . In F. Boterman, & P. d. Rooy, Op de grens van twee culturen; Nederland en Duitsland in het Fin de Siècle .Amsterdam: Uitgeverij Balans.
- Keijer, K. (2017, juni 21). Eind 19de eeuw ging men plotseling ‘winkelen’ in Amsterdam. Het Parool.
- Mak, G. (1995/2005). Een kleine geschiedenis van Amsterdam. In G. Mak, Een kleine geschiedenis van Amsterdam (37e druk ed.). Amsterdam: Olympus non-fictie (Atlas Contact).
- Rözer, M. (Producent), Duin, M. v., Gerritsen, W., Ginkel, J. v. (Auteurs), Blok, L., Kilsdonk, N. v., Willard, M., & Schuurman, V. (Regisseurs). (2025). Het verhaal van Nederland – Amsterdam [Film].
- Stadsarchief. (sd). Opgehaald van Archief Amsterdam: https://www.amsterdam.nl/stadsarchief
- Stoomvaart Maatschappij Nederland. (sd). Opgeroepen op 11 13, 2025, van Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Stoomvaart-Maatschappij_Nederland