5. Uw vader: Everardus Brautigam

Uw vader, mijn overgrootvader, Everardus Brautigam werd geboren op 22 januari 1858 in Hellevoetsluis. Ik heb wel even op moeten zoeken waar dat precies ligt: ten westen van Dordrecht, ten zuiden van Rotterdam, aan het Haringvliet: de laatste havenstad voor de Noordzee. 

De vestingstad Hellevoetsluis was sinds 1830 gegroeid tot ‘voorhaven’ van Rotterdam door het graven van het Kanaal door Voorne. Er waren verschillende marine-instellingen en opleidingsinstituten (Hellevoetsluis Geschiedenis, sd). Een plek waar uw grootvader, Hendrik Brautigam (1831-1906), zeker emplooi kon vinden. Zijn beroep was achtereenvolgens smidsknecht, smid op de Marinewerf, werktuigmaker, ketelmaker en uiteindelijk (varend) machinist. Zijn zoon en kleinzonen volgden hem in de scheepvaart. Hendrik had dit niet van zijn vader meegekregen: die was ‘gestkoper’ (gistkoper). 

Hendrik trouwde op 7 mei 1857 met uw grootmoeder, Johanna Flipsen (ook wel Philipsen genaamd; 1834-1909). 
Ik moet bekennen, dat ik wel even heb zitten rekenen. Er zitten net geen negen maanden tussen de huwelijksdatum en de geboorte van Everardus, hun eerste kind, maar lang genoeg om hen niet van een ‘moetje’ te hoeven verdenken. Het lijkt eerder alsof de huwelijksnacht direct tot uw vader heeft geleid.

Hun adres in Hellevoetsluis klinkt niet heel romantisch: Kazerne (Wijk D, No 211). Dat zal niet de reden zijn, maar het gezin bleef er niet lang wonen. Volgens het archief van Voorne-Putten verhuisden ze op 3 mei 1860  naar ‘Helder’, zoals Den Helder tot 1928 officieel heette.
Er werden veel kanalen gegraven in die tijd, ook in Noord-Holland. In 1824 was het Noordhollandsch kanaal aangelegd, zodat Den Helder een ‘voorhaven’ van Amsterdam werd. 
Daar kwam nog bij dat in die jaren grote infrastructurele werken plaats vonden: in 1876 kwam het Noordzeekanaal klaar, waardoor Amsterdam een mooie aansluiting op de zee verkreeg en in datzelfde jaar werd begonnen met de bouw van het Centraal Station, aan het einde van het Damrak, op drie aangeplempte eilanden. De Kamer van Koophandel merkte in een jaarverslag op: ‘Voor het kalme Amsterdam van vroeger is vrij snel een woelige wereldstad in de plaats getreden’.” (Boterman & Rooy, 1999, p. 67)

Na de aanleg van het Noordhollandsch kanaal verhuisden de marine-instellingen naar Den Helder, gevolgd door arbeiders die op de rijkswerf gingen werken: de “Wervianen” (Den Helder Geschiedenis, sd). Dat was waarschijnlijk ook de reden voor uw grootvader om (uiteindelijk) 150 kilometer naar het noorden te trekken.

Uiteindelijk, want het gezin verhuisde, ondanks wat in de archieven van Voorne-Putten staat, niet meteen naar Den Helder, maar eerst naar Hendriks geboorteplaats, Amsterdam. In mei 1860 werden hij en zijn gezin ingeschreven in Amsterdam (Kadijk, Huis No 563). Ze verhuisden al snel een paar huizen verderop, naar Kadijk Huis No 618.
Had hij daar werk gevonden als smid? Was het zijn bedoeling daar te blijven? Wilde hij bij familie wonen en werken? Zijn beide ouders, de ‘gestkoper’ Johannes Brautigam (1800-1847)  en Anna de Bruijn (1801-1857) waren toen al overleden. 

In Amsterdam bracht Johanna nog twee kinderen ter wereld: Petronella en Gerardus. Pas in maart 1864 verhuisde het gezin naar Den Helder, waar Anna, Johanna Maria en Johanna Sophia werden geboren. 
In katholieke gezinnen werden traditioneel veel kinderen geboren, maar er stierven er in die tijd ook veel.
Vóór 1875 eisten epidemieën geregeld hun tol, in 1880 sloegen de mazelen toe, in 1883-1884 difterie, roodvonk en opnieuw mazelen. … In het algemeen nam de kracht van de epidemieën af en daalde de sterfte. Dit werd vooral veroorzaakt door een betere hygiëne (het goed wassen van de handen). Mensen werden ook gezonder: ze aten beter en kregen meer vitamines binnen, waardoor hun weerstand tegen infecties toenam. Dat is ook te merken aan het sterftecijfer aan het begin van de negentiende eeuw: ook bij strenge winters steeg dat maar nauwelijks.” (Boterman & Rooy, 1999, p. 68).
Behalve uw vader, werden alleen uw tante Petronella en tante Johanna Maria volwassen.
Johanna Maria stierf in december 1944, twee maanden na u.

Uw vader trad in zijn vaders voetsporen en scheepte zich in als machinist op de ss Voorwaarts, vanwaar hij smoorverliefde brieven naar uw moeder stuurde (https://www.tiddens.nl/tiddens-brautigam/brautigam/henri-brautigam/liefdesbrieven-everhardus-brautigam/). Uw familie kon de reis naar Batavia en terug via de scheepsberichten in de krant volgen, zoals bijgaande illustratie uit het Bataviaasch nieuwsblad, waarin op 31 oktober 1887 melding wordt gemaakt van de aankomst van de ss Voorwaarts in Batavia (Scheepsberichten; Opgave van aangekomen schepen, 1887). Deze scheepsberichten werden vervolgens ook in Nederlandse kranten gepubliceerd.

Illustraties:

  • Scheepsberichten, Bataviaasch Nieuwsblad, d.d. 31 oktober 1887 (Delpher)
  • Geboorteakte Everardus Brautigam, 22 januari 1858 (Zeeuws Archief)

Bronnen:

  • Amsterdam Stadsarchief
  • Scheepsberichten; Opgave van aangekomen schepen. (1887, 10 31). Bataviaasch nieuwsblad (Delpher)
  • Boterman, F., & Rooy, P. d. (1999). Op de grens van twee culturen; Nederland en Duitsland in het Fin de Siècle. In F. Boterman, & P. d. Rooy, Op de grens van twee culturen; Nederland en Duitsland in het Fin de Siècle. Amsterdam: Balans.
  • Den Helder Geschiedenis. (sd). Opgeroepen op 11 2025, van Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Den_Helder#Geschiedenis
  • Geschiedenis van Hellevoetsluis. (sd). Opgeroepen op 10 2025, van Geschiedenis van Zuid-Holland: https://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/verhalen/geschiedenis-van-hellevoetsluis/
  • Streekarchief Voorne-Putten
  • Zeeuws Archief

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *