4. Uw moeder: Jeanette Janssens

Hoever zal ik teruggaan in het uitpluizen en delen van uw voorgeschiedenis?
Uw moeder, Jeanette Janssens, mijn overgrootmoeder, mag daarin in ieder geval niet ontbreken. Ik vermoed namelijk dat zij een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de man die u geworden bent. Haar aandeel in uw opvoeding moet groot geweest, alleen al vanwege het gegeven dat uw vader als machinist op de grote vaart vaak en lang afwezig was.
3. 1887: Mijne lieve Jeanette

Uw verkeringstijd was nog niet heel anders dan dat van uw ouders, vermoed ik. Tegenwoordig gaat dat wel héél anders dan in de tijd van uw ouders, Everhardus en Jeanette. De brieven van uw vader uit de begintijd van hun relatie vond ik in het archief van uw oudste zoon, Evert.
Everhardus, 2e machinist aan boord van de S.S. Voorwaarts, schrijft op 31 augustus 1887 een zeer verliefde brief aan “Mijne lieve Jeanette”, uw moeder.
“Daarom lieve Jeanette, troost U met mij, dat eens een einde hier aan zal komen, als wij, ik zeg het nog eens, en ook U het beleven mogen, eens in elkanders armen liefde en droefheid, zonneschijn en warmte belijden mogen, niet waar mijn lieve Engel. Ook ik zou wel ik weet niet hoeveel geven willen, zoo mij het geluk dat door mij met volle verwachting te gemoet
2. 1895: Alexanderkade 16, Amsterdam

Samen met mijn oom Harris, uw jongste zoon (en roepnaamgenoot), ben ik gaan kijken naar uw geboortehuis, met – nog steeds, als adres: Alexanderkade 16 in Amsterdam. Op wat graffiti na (in uw tijd heette dat vast ‘bekladding’), staat het huis er nog net zo bij als in 1894. Het was toen nog maar vijf jaar oud. Uw ouders en de drie oudste kinderen, Martijn, Sophia en Jet, verhuisden daar toen van de Tweede (Ooster)Parkstraat (nummer 154) naartoe .
In die tijd heerste een schrijnende woningnood, omdat er een enorme immigratiegolf op gang was gekomen. In Friesland, Groningen en Overijssel heerste grote armoede en in