23. Uit het archief van Evert Brautigam (1903)

Met mijn berichten aan u ben ik nu aangekomen in 1903, het jaar dat uw oudere zus (derde in de rij van de kinderen Brautigam) op 15 juni overlijdt: Magdalena Johanna Sophie, die ik Leentje heb genoemd. Ze overlijdt “na een langdurig en smartelijk lijden … in den aanvalligen leeftijd van 10 jaar en 7 maanden”.[1]  Als doodsoorzaak wordt ‘nephritis’ geregistreerd[2]. Ik heb niet kunnen achterhalen waar ze begraven is.

Ik heb me sinds het vorige bericht[3] dat ik hierover schreef nog afgevraagd of deze ervaring misschien nog van invloed is geweest op de medische specialisatie van mijn vader: pediatrische nefrologie. Heeft u met hem, uw schoonzoon, vele jaren later gesproken over Leentje? U was zeven jaar toen ze overleed. Ik kan me goed voorstellen dat dat verdriet ook na zo’n veertig jaar nog leeft en indruk heeft gemaakt op de medische student die mijn vader toen was.

Hoe werd hier in uw gezin mee omgegaan? Ook voor de puberende Martijn (dertien jaar) zal deze periode en dit verlies grote impact hebben gehad, net zoals voor u en voor uw zussen Fie (elf jaar), Jet (9 jaar) en Marie (nog net zes jaar). Alleen Cor, nog geen vier jaar oud,  was misschien te jong om dit verlies bewust mee te maken. 
De tijd waarin Leentje overleed was nou niet een tijd die erom bekend staat dat er gesproken werd over gevoelens. Waarom praten over iets dat je toch niet kunt veranderen?

Ik heb wel reden om aan te nemen dat uw moeder en de kinderen er in die laatste maanden niet alleen voor gestaan hebben. Ik herinner me namelijk dat mijn moeder vertelde dat u, toen u in de voetsporen van uw vader was getreden, na zo’n lange reis naar ‘de oost’, maanden thuis was. Hopelijk was dat in 1903 niet anders. 
Ik vermoed namelijk dat uw vader met het stoomschip ‘Koningin Regentes’ op 4 april 1903 in Amsterdam aangekomen is. Dat schip vertrekt een kleine maand later weer naar Batavia, naar ik aanneem zonder uw vader. Kapitein en bemanning werden, zo lijkt het, voor iedere nieuwe reis gewisseld. Na een tocht van drie maanden was de S.S. ‘Koningin Regentes’ weer terug in Amsterdam, om op 15 augustus 1903 alweer naar Batavia te varen, dit keer mét uw vader. 

Dat laatste weet ik zeker. Uw oudste zoon, Evert, heeft elf ordners nagelaten, met brieven, programma’s van feesten, bidprentjes en nog veel meer, van zowel de familie Brautigam als de familie van uw vrouw, Sophia Ides.  Die ordners heb ik nu in bruikleen van mijn neef Onno en daar put ik regelmatig uit. Ook het bidprentje van Leentje vond ik daarin.
In de ordner ‘1900-1907’ vind ik een brief[4] van uw vader aan Martijn, uw oudste broer (door hem nog ‘Martin’ genoemd). Deze brief is geschreven op briefpapier van de “Stoomvaart-Maatschappij Nederland. Stoomschip Koningin Regentes” en is geschreven in Southampton op 18 augustus 1903.

In die brief wordt met geen woord over Leentje gerept. Wel wordt Martijn stevig aangemoedigd zijn best te doen:
Mama en ik zijn dan ook nog bij M. Schuitemaker geweest; je toekomstige chef en leeraar en hebben wij hem te kennen [ge]geven [dat] hij ons zeer veel genoegen zoude doen als hij er evenals de broeder de laatste keer gedaan heeft, steeds te eischen altijd je lessen te kennen, zoo niet, deze dan in je vrije tijd te laten leeren;”
Uw moeder omschreef zichzelf eerder al als ‘onstuimig’[5]. Komt de driftigheid waar uw vader vervolgens Martijn op aanspreekt van de Janssens-kant?
“… vooral moet gij trachten, als gij voelt dat ge driftig zult worden, die drift in toom en teugel te houden, want in den regel benadeelt men zich zelf het meest en houdt men niet veel van erg driftige menschen
;”
“Ook Martin heb ik mij geschaamd toen ik van een Mijnheer vernam [dat] gij stik hebt gezegd tegen je zusje, wist gij wel dat dit niet meer of minder beteekent is dan de dood, maar ik begrijp het wel gij hebt dat weer in drift gezegd. Dus Martin opgepast en je best gedaan. Mama en ik houden ook zeer veel van je, maar je moet goed oppassen hoor vent.” Ik ga ervan uit dat met het voornoemde zusje niet Leentje, maar Jet of Marie wordt bedoeld …
In deze brief wordt ook alweer een volgende verhuizing aangekondigd:
Zooals gij wel zult vernomen hebben van Opa en mama gaan wij in een onderhuis wonen, in ’t huis van Kapt: Brunning; ik denk [dat] gij dit wel prachtig zult vinden hé Martin, mama en papa doen het dan ook expres voor jelui want wij woonden wat lief in No17 vindt gij ook niet.

Op 4 oktober 1903 verhuist het gezin van het bovenhuis van Noordstraat 17 naar het benedenhuis van Noordstraat 11[6](vanaf 1915: Oetewalerstraat 20). 

Illustraties

  • Bidprentje ter nagedachtenis Magdalena Johanna Maria Brautigam[7]
  • Brief van Everardus Brautigam aan zijn oudste zoon Martijn (Martin), d.d. 18 augustus 1903 [8] (als de afbeelding aangeklikt wordt, is die in zijn geheel te bekijken)

[1] Nieuws van den Dag. (1903, juni 17). Opgehaald van Delpher: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&query=brautigam&cql%5B%5D=%28date+_gte_+%2216-06-1903%22%29&cql%5B%5D=%28date+_lte_+%2230-06-1903%22%29&redirect=true&sortfield=date&identifier=ddd:010128758:mpeg21:a0112&resultsidentifier=ddd:010128758:mpeg

[2] Amsterdam Stadsarchief. (sd). Bijzondere registers

[3] https://www.tiddens.nl/tiddens-brautigam/brautigam/henri-brautigam/11-leentje/

[4] Privé archief Mr E.A.G. Brautigam

[5] https://www.tiddens.nl/tiddens-brautigam/brautigam/henri-brautigam/uw-moeder-jeanette-janssens/

[6] https://archief.amsterdam

[7] Privé archief Mr E.A.G. Brautigam

[8] Privé archief Mr E.A.G. Brautigam

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *